Blog 'Ik fiets': Marcel Wouda

Bondscoach van de nationale zwemploeg

Als bondscoach van de nationale zwemploeg maak ik lange, intensieve dagen. Ik vind het dan heerlijk om de fiets naar mijn werk te pakken. ’s Ochtends om langzaam wakker te worden en ’s avonds om te ontspannen. Onze thuisbasis is het zwemstadion in Eindhoven, achter het Genneperpark. Het park ziet er elke dag anders uit, afhankelijk van weer en jaargetijde. Op de fiets zie je veel beter hoe mooi het eigenlijk is. Helaas heb ik op dit moment weinig tijd om er nog fietstochtjes naast te doen. Jammer, want dat is wel eens anders geweest.

Toen ik ongeveer 13 jaar was, heb ik samen met mijn vader in de vakantie onze eigen ronde van Nederland gefietst. Mijn vader fietste elke zondag een rondje met zijn tourclubje. Ik zwom toen al heel veel dus mijn conditie was goed. Op een sportfiets zijn we in vier dagen tijd van Uden via Epe, Makkum, de Afsluitdijk, Haarlem waar mijn opa en oma woonden, weer terug naar Uden gefietst. Tentje achterop, ongeveer 150 tot 200 kilometer per dag. Dat was echt geweldig, dat vergeet ik nooit meer. Fietsen en zwemmen gaan ook best goed samen. Soms, als er geen zwembad vrij is, laat ik mijn zwemmers fietsen om te herstellen van een wedstrijd. Dat werkt prima.

Na mijn zwemcarrière heb ik nog een korte tijd vrij fanatiek gefietst. In de zomer van 2002 kocht ik een mooie racefiets en heb ik met veel plezier de Brabantse wegen rondom Eindhoven verkend. Zo’n drie maanden later kreeg ik mijn huidige baan als zwemcoach aangeboden. In 2003 werd ik samen met andere oud-sporters uitgenodigd om een kijkje achter de schermen van de Tour de France te nemen. Die dag mochten we ook eerst zelf de slotklim naar Les Deux Alpes op fietsen voordat we het de toppers zelf zagen doen. Ik reed in 30 minuten omhoog terwijl Lance Armstrong er na meer dan 100 kilometer afzien 21 minuten over deed. Verschil moet er zijn!